0

Spelregels

Twister

Mens erger je niet

Alfabetspel

Cijferslak

Slangenspel

Twister

Materiaal:
1 Twisterspel, bestaande uit 1 speelveld, 1 dobbelsteen met handjes en voetjes én 1 dobbelsteen met de kleuren.

Begin:
Het speelveld bestaat uit een soort rooster van 4 x 6. Elk van de vier rijen heeft zes cirkels in één kleur: rood, geel, groen en blauw.
Eén persoon is de spelleider, die gooit de dobbelstenen.

Spelregels:
De spelleider gooit de dobbelstenen en zegt het resultaat hardop, bijvoorbeeld linkervoet op geel. Nu moeten de spelers dit lichaamsdeel op een vrije cirkel in de betreffende kleur plaatsen. De overige ledematen blijven op hun plaats staan. Zodra een ledemaat van zijn plek komt als dat niet mag, of als een ander lichaamsdeel (zoals een knie of elleboog) het speelveld raakt, ligt de betreffende speler uit het spel.

Einde:
De speler die als laatste overeind blijft, wint het spel.

Mens erger je niet

Materiaal:
1 Speelveld, 1 dobbelsteen en 4 x 4 gekleurde pionnen; rood, geel, blauw en groen.

Doel:
In ‘Mens Erger Je Niet’ heeft iedere speler vier pionnen van dezelfde kleur die elk een ronde over het speelbord moeten maken. Na die ronde moeten ze binnengaan om op één van de eindcirkeltjes te eindigen.

Spelregels:
De spelers gooien om beurt met de dobbelsteen. Een pion mag pas in het spel gebracht worden als er een zes gegooid is en dat telt voor de 4 pionnen die een ronde moeten maken op het speelbord. Als er een zes wordt gegooid moet je steeds verplicht een pion in het spel brengen (als je er nog hebt) en mag je nogmaals gooien. Als een pion op een cirkeltje komt waar al een pion van een medespeler staat,dan wordt deze ‘geslagen’ en moet die pion terug naar de startpositie waar de geslagen speler dan weer eerst een zes moet gooien voor ie opnieuw aan de ronde kan beginnen. Na de ronde moet de pion binnenkomen doch met het exact aantal ogen dat nodig is om op een vrijstaande eindcirkel terecht te komen. Lukt dit niet moet een andere pion eventueel verplaatst worden (alternatief spelreglement) of moet de speler z’n pion laten staan en de volgende speler laten spelen.

Einde:
De speler die het eerst z’n 4 pionnen op de eindcirkels heeft staan, wint het spel.

Aangepaste spelregels:
Men speelt dit spel ook dikwijls met aangepaste regels. Wanneer je met twee spelers speelt dan moet ieder met twee kleuren spelen is zo een aangepaste regel of het hierboven omschreven verplaatsen van pionnen die reeds op de eindcirkels staan is nog zo een variant die niet altijd toegestaan is. Dat moet je vooraf onderling uitmaken met de spelers die deelnemen aan het spel.

Beschikbare pleinplakkers
We hebben twee soorten Mens-erger-je-niet spellen bij pleinplakkers; Mens-erger-je-niet basis en Mens-erger-je-niet Deluxe.

Alfabet spel

Met het alfabetspel kun je de fantasie de vrije loop laten.
Er zijn hier geen afgesproken spelregels voor.

Ideeën:
Je spreekt bijvoorbeeld vooraf af om beroepen te raden, één persoon springt op een letter (of je gooit met een steentje) en dan moet er zo snel mogelijk een beroep worden genoemd dat begint met die letter. Dit spel kan ook gespeeld worden met fruit, kleding, namen, dieren, planten, bomen, groenten, plaatsen, landen, enz.
Iemand stelt een vraag, bijvoorbeeld met welke letter begint de naam van de koningin? Dan moeten de spelers zo snel mogelijk op die letter springen, diegene die er als eerste op staat heeft een punt.

Cijferslak

Ook bij de cijferslak zijn geen geschreven regels en kun je de fantasie de vrije loop laten.

Ideeën:
Een persoon noemt een som (bv. 2+2 / 9-1 / 3×4), de andere die het spel spelen proberen zo snel mogelijk op het goede antwoord te gaan staan. Leuk en leerzaam!
Een variant hierop is door vragen te stellen als bijvoorbeeld hoeveel kinderen heeft Donald Duck, of hoeveel dagen heeft een week.
Een kind springt op een cijfer en de andere probeert een zin/woord te bedenken dat daarop rijmt. Bijvoorbeeld één, ik heb een zere teen; vier, wat hebben we plezier.

Slangenspel

De basis is het spel volgens Ganzenbord. Met behulp van een dobbelsteen wordt het aantal stappen vooruit bepaald. Komt men op een vakje met een ladder, dan mag men vooruit lopen naar het vakje waar de ladder eindigt. Komt men op een slang, dan loopt men terug tot het vakje waar de slang eindigt. Wie als eerste de finish heeft gehaald, is de winnaar.

Materiaal:

1 Twisterspel, bestaande uit 1 speelveld, 1 dobbelsteen met handjes en voetjes én 1 dobbelsteen met de kleuren.

Begin:
Het speelveld bestaat uit een soort rooster van 4 x 6. Elk van de vier rijen heeft zes cirkels in één kleur: rood, geel, groen en blauw.
Eén persoon is de spelleider, die gooit de dobbelstenen.

Spelregels:
De spelleider gooit de dobbelstenen en zegt het resultaat hardop, bijvoorbeeld linkervoet op geel. Nu moeten de spelers dit lichaamsdeel op een vrije cirkel in de betreffende kleur plaatsen. De overige ledematen blijven op hun plaats staan. Zodra een ledemaat van zijn plek komt als dat niet mag, of als een ander lichaamsdeel (zoals een knie of elleboog) het speelveld raakt, ligt de betreffende speler uit het spel.

Einde:
De speler die als laatste overeind blijft, wint het spel.

Materiaal:
1 Speelveld, 1 dobbelsteen en 4 x 4 gekleurde pionnen; rood, geel, blauw en groen.

Doel:
In ‘Mens Erger Je Niet’ heeft iedere speler vier pionnen van dezelfde kleur die elk een ronde over het speelbord moeten maken. Na die ronde moeten ze binnengaan om op één van de eindcirkeltjes te eindigen.

Spelregels:
De spelers gooien om beurt met de dobbelsteen. Een pion mag pas in het spel gebracht worden als er een zes gegooid is en dat telt voor de 4 pionnen die een ronde moeten maken op het speelbord. Als er een zes wordt gegooid moet je steeds verplicht een pion in het spel brengen (als je er nog hebt) en mag je nogmaals gooien. Als een pion op een cirkeltje komt waar al een pion van een medespeler staat,dan wordt deze ‘geslagen’ en moet die pion terug naar de startpositie waar de geslagen speler dan weer eerst een zes moet gooien voor ie opnieuw aan de ronde kan beginnen. Na de ronde moet de pion binnenkomen doch met het exact aantal ogen dat nodig is om op een vrijstaande eindcirkel terecht te komen. Lukt dit niet moet een andere pion eventueel verplaatst worden (alternatief spelreglement) of moet de speler z’n pion laten staan en de volgende speler laten spelen.

Einde:
De speler die het eerst z’n 4 pionnen op de eindcirkels heeft staan, wint het spel.

Aangepaste spelregels:
Men speelt dit spel ook dikwijls met aangepaste regels. Wanneer je met twee spelers speelt dan moet ieder met twee kleuren spelen is zo een aangepaste regel of het hierboven omschreven verplaatsen van pionnen die reeds op de eindcirkels staan is nog zo een variant die niet altijd toegestaan is. Dat moet je vooraf onderling uitmaken met de spelers die deelnemen aan het spel.

Beschikbare pleinplakkers
We hebben twee soorten Mens-erger-je-niet spellen bij pleinplakkers; Mens-erger-je-niet basis en Mens-erger-je-niet Deluxe.

Met het alfabetspel kun je de fantasie de vrije loop laten.
Er zijn hier geen afgesproken spelregels voor.

Ideeën:
Je spreekt bijvoorbeeld vooraf af om beroepen te raden, één persoon springt op een letter (of je gooit met een steentje) en dan moet er zo snel mogelijk een beroep worden genoemd dat begint met die letter. Dit spel kan ook gespeeld worden met fruit, kleding, namen, dieren, planten, bomen, groenten, plaatsen, landen, enz.
Iemand stelt een vraag, bijvoorbeeld met welke letter begint de naam van de koningin? Dan moeten de spelers zo snel mogelijk op die letter springen, diegene die er als eerste op staat heeft een punt.

Ook bij de cijferslak zijn geen geschreven regels en kun je de fantasie de vrije loop laten.

Ideeën:
Een persoon noemt een som (bv. 2+2 / 9-1 / 3×4), de andere die het spel spelen proberen zo snel mogelijk op het goede antwoord te gaan staan. Leuk en leerzaam!
Een variant hierop is door vragen te stellen als bijvoorbeeld hoeveel kinderen heeft Donald Duck, of hoeveel dagen heeft een week.
Een kind springt op een cijfer en de andere probeert een zin/woord te bedenken dat daarop rijmt. Bijvoorbeeld één, ik heb een zere teen; vier, wat hebben we plezier.

De basis is het spel volgens Ganzenbord. Met behulp van een dobbelsteen wordt het aantal stappen vooruit bepaald. Komt men op een vakje met een ladder, dan mag men vooruit lopen naar het vakje waar de ladder eindigt. Komt men op een slang, dan loopt men terug tot het vakje waar de slang eindigt. Wie als eerste de finish heeft gehaald, is de winnaar.